De wet van 18 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2025 en in werking getreden op 18 augustus 2025, wijzigt de bepalingen van de wet van 15 december 1980. Deze wet voorziet in overgangsbepalingen, zodat de oude en de nieuwe bepalingen gedurende een bepaalde periode naast elkaar zullen bestaan.
Concreet, blijven de bepalingen die van toepassing zijn vóór 18 augustus 2025 (oude bepalingen) na die datum van toepassing op aanvragen voor een visum gezinshereniging:
- die vóór 18 augustus 2025 zijn ingediend en op die datum nog in behandeling zijn;
- die gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 zijn ingediend, indien de vreemdeling die vervoegd wordt vóór 18 augustus 2025 gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden. Voor alle aanvragen ingediend tussen 18 augustus 2025 en 18 augustus 2027 is het daarom van cruciaal belang om de datum te verifiëren waarop de vreemdeling die vervoegd wordt gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden.
De nieuwe bepalingen van de wet van 18 juli 2025:
- zijn van toepassing op aanvragen voor gezinshereniging die gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 (d.w.z. tot 18 augustus 2027) zijn ingediend, indien de vreemdeling die vervoegd wordt niet gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden vóór 18 augustus 2025;
- zullen volledig van toepassing zijn op aanvragen voor gezinshereniging die vanaf 18 augustus 2027 worden ingediend.
De gezinshereniger moet stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen hebben om in zijn eigen behoeften en in die van zijn gezinsleden te voorzien en te vermijden dat zij ten laste van de overheid komen.
De gezinshereniger moet documenten voorleggen die een referentieperiode van voldoende lange duur dekken, idealiter de 12 maanden voorafgaand aan de indiening van de verblijfsaanvraag, en zelfs langer indien de gezinshereniger zelfstandige is.
Oude bepalingen
De gezinshereniger moet stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen hebben om in zijn eigen behoeften en in die van zijn gezinsleden te voorzien en te vermijden dat zij ten laste van de overheid komen.
De bestaansmiddelen moeten ten minste gelijk zijn aan 120% van het bedrag bedoeld in artikel 14, § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, dat wil zeggen 2.173,88 euro netto/maand. (Bedrag geïndexeerd op 1 maart 2026)
Nieuwe bepalingen (wet van 18 juli 2025)
De gezinshereniger moet stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen hebben om in zijn eigen behoeften en in die van zijn gezinsleden te voorzien en te vermijden dat zij ten laste van de overheid komen.
De bestaansmiddelen moeten ten minste gelijk zijn aan 110 % van het gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen (GGMMI), dat wil zeggen 2.408,79 euro netto/maand. (Bedrag geïndexeerd op 1 april 2026)
Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de vervoegde vreemdeling, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt.
- Voorbeeld 1 - De gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen:: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt).
- Voorbeeld 2: - De gezinshereniger verblijft in België met een kind en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft).
Goed om te weten: extra personen ten laste
Minderjarige kinderen die deel uitmaken van de gezincel van de gezinshereniger worden geacht ten laste te zijn, evenals meerderjarige personen die ook deel uitmaken van de gezincel en die niet kunnen aantonen dat zij zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien zonder een beroep te doen op sociale bijstand.
Let op: regelmaat en stabiliteit van het inkomen
De gezinshereniger moet documenten voorleggen die een referentieperiode van voldoende lange duur dekken, idealiter de 12 maanden voorafgaand aan de indiening van de verblijfsaanvraag, en zelfs langer indien de gezinshereniger zelfstandige is.
Indien de gezinshereniger een werknemer in loondienst, is, kan hij een arbeidscontract, loonfiches, het meest recente aanslagbiljet van de FOD Financiën of het certificaat van de FOD Financiën dat de toekomstige belasting die moet worden betaald aantoont, uittreksels van een bankrekening, een pensioenfiche, het bewijs dat hij huurinkomsten ontvangt, of elk ander document dat aantoont dat hij stabiele, regelmatige en toereikende inkomsten heeft, voorleggen.
Als de gezinshereniger een zelfstandige is, lees dan hier meer: Zefstandige
De werkloosheidsuitkeringen kunnen in overweging worden genomen, indien de gezinshereniger bewijst dat hij actief naar werk zoekt of dat hij hiervan vrijgesteld is.
De inkomsten uit een interimbetrekking die na een werkloosheidsperiode bekomen wordt kunnen in overweging worden genomen. Deze inkomsten worden ook in overweging genomen indien deze interimbetrekking sinds minstens een jaar ononderbroken wordt uitgeoefend en een inkomen oplevert dat op zijn minst gelijk is aan het referentiebedrag.
De uitkeringen voor gehandicapte personen worden in overweging genomen (inkomensvervangende tegemoetkoming, integratietegemoetkoming en invaliditeitsuitkering).
De volgende inkomsten worden niet in overweging genomen:
- Sommige inkomsten uit aanvullende stelsels, zoals het leefloon en de aanvullende kinderbijslag;
- Financiële maatschappelijke bijstand (OCMW);
- Kinderbijslag;
- Wachtuitkering;
- Overgangsuitkering;
- Inkomsten uit een arbeidsovereenkomst ondertekend op grond van artikel 60, § 7, van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 08/07/1976. Deze overeenkomst moet de persoon die ze ondertekent in staat stellen gedurende een periode te werken, waarna hij volledige sociale uitkeringen kan verkrijgen De arbeidsovereenkomst voorziet trouwens dat de overeenkomst automatisch eindigt wanneer de persoon lang genoeg heeft gewerkt om volledige sociale uitkeringen te verkrijgen. Een dergelijke activiteit is dus geen bron van stabiele en regelmatige bestaansmiddelen in de zin van de wet van 15/12/1980.
De toereikende, stabiele en regelmatige bestaansmiddelen van de andere familieleden worden in twee gevallen in overweging genomen:
- De gezinshereniger is een vreemdeling aan wie een andere lidstaat van de Unie de status van langdurig ingezetene toegekend heeft en aan wie België een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden toegestaan heeft. De gezinscel moet echter ook al in de andere lidstaat gevormd zijn geweest;
- De gezinshereniger heeft een Europese blauwe kaart (H-kaart). De gezinscel moet echter reeds in de andere lidstaat van de Unie gevormd zijn.
Het feit dat de gezinshereniger geen inkomen heeft dat hoger is dan het referentiebedrag, leidt niet automatisch tot een weigering van de visumaanvraag.
De Dienst Vreemdelingenzaken moet immers de algemene situatie van de gezinshereniger onderzoeken en bepalen welke bestaansmiddelen hij nodig heeft om in zijn eigen behoeften en in die van zijn gezin te voorzien, zonder ten laste van de overheid te komen. Dit betekent dat de Dienst Vreemdelingenzaken zou kunnen oordelen dat een gezinshereniger die een inkomen heeft lager dan dit bedrag toch de voorwaarden vervult, omdat hij met dit inkomen in zijn eigen behoeften en in die van zijn gezin kan voorzien.
Opgelet: nieuwe bepalingen (wet van 18 juli 2025)
De wet van 18 juli 2025 verplicht de aanvrager voortaan om, bij het indienen van zijn aanvraag tot gezinshereniging, alle documenten en informatie voor te leggen, zodat de Dienst Vreemdelingenzaken kan bepalen over hoeveel middelen de gezinshereniger voor zichzelf en zijn gezin moet beschikken om te voorkomen dat zij ten laste van de openbare overheden vallen, dat wil zeggen:
- documenten die bewijzen dat hij stabiele en regelmatige bestaansmiddelen heeft en ook het bedrag ervan aantonen ; e
- alle documenten op basis waarvan de Dienst Vreemdelingenzaken zich een correct beeld kan vormen van zijn financiële toestand, zijn behoeften en de behoeften van zijn gezin. Bijvoorbeeld het huurbedrag als hij huurder is, het bedrag van het alimentatiegeld dat hij ontvangt of betaalt, huurbedragen die hij ontvangt als hij onroerende goederen verhuurt, sommige verminderingen toegekend op grond van zijn persoonlijke situatie, allerlei premies, een door zijn bank of de nationale bank afgegeven attest waaruit blijkt dat er geen betalingsachterstand is inzake hypothecair krediet of consumentenkrediet, enz.