Gezinshereniging met een vreemdeling in onbeperkt verblijf

 

Opgelet:

De wet van 18 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2025 en in werking getreden op 18 augustus 2025, wijzigt de bepalingen van de wet van 15 december 1980. Deze wet voorziet in overgangsbepalingen, zodat de oude en de nieuwe bepalingen gedurende een bepaalde periode naast elkaar zullen bestaan.

Concreet, blijven de bepalingen die van toepassing zijn vóór 18 augustus 2025 (oude bepalingen) na die datum van toepassing op aanvragen voor een visum gezinshereniging:

  • die vóór 18 augustus 2025 zijn ingediend en op die datum nog in behandeling zijn;
  • die gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 zijn ingediend, indien de vreemdeling die vervoegd wordt vóór 18 augustus 2025 gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden. Voor alle aanvragen ingediend tussen 18 augustus 2025 en 18 augustus 2027 is het daarom van cruciaal belang om de datum te verifiëren waarop de vreemdeling die vervoegd wordt gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden.

De nieuwe bepalingen van de wet van 18 juli 2025:

  •  zijn van toepassing op aanvragen voor gezinshereniging die gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 (d.w.z. tot 18 augustus 2027) zijn ingediend, indien de vreemdeling die vervoegd wordt niet gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden vóór 18 augustus 2025;
  • zullen volledig van toepassing zijn op aanvragen voor gezinshereniging die vanaf 18 augustus 2027 worden ingediend.

Een niet-EU/EER vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur kan zich onder bepaalde voorwaarden laten vergezellen door bepaalde leden van zijn gezin. 

Familieleden
  •  de buitenlandse echtgenoot of de vreemdeling waarmee een geregistreerd partnerschap gesloten werd dat als gelijkwaardig beschouwd wordt met het huwelijk in België; 
  • hun gemeenschappelijke kinderen; 
  • de minderjarige kinderen van de vreemdeling die vervoegd wordt, van diens echtgenoot of van de geregistreerde partner als bedoeld in het eerste streepje;
  • de vreemdeling die door een wettelijk geregistreerd partnerschap verbonden is, evenals de minderjarige kinderen van deze partner; 
  • het ongehuwd gehandicapt kind dat ouder is dan achttien jaar van de vreemdeling die vervoegd wordt, of van diens echtgenoot of partner.
Voorwaarden voor een gezinshereniging 

De voorwaarden voor een gezinshereniging worden hieronder voor elk van de begunstigden uiteengezet.

Bepalingen van toepassing
  • vóór 18 augustus 2025: artikel 10, §1, 4° tot 8°, van de wet van 15 december 1980;
  • vanaf 18 augustus 2025, voor zover de overgangsbepalingen niet van toepassing zijn: artikel 10, §1, 6°, van de wet van 15 december 1980.
Aanvraag tot gezinshereniging

De algemene regel is dat een aanvraag tot gezinshereniging moet worden ingediend bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de verblijfplaats van het familielid in het buitenland (zie Aanvraag ingediend in het buitenland). 

De echtgenoot of partner van een niet-EU/EER vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.

Huwelijk en partnerschap dat als gelijkwaardig wordt beschouwd met een huwelijk in België

De aanvrager moet gehuwd zijn met de vreemdeling die wordt vervoegd of een partnerschap in Duitsland, Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden of het Verenigd Koninkrijk met hem hebben afgesloten.

Opgelet: de wet van 18 juli 2025 afschaft het onderscheid tussen het "geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk" en het "wettelijk geregistreerd partnerschap". De vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk, moet voortaan aan dezelfde voorwaarden voldoen als een vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een wettelijk geregistreerd partnerschap. 

Indien de aanvrager of de vreemdeling die wordt vervoegd opnieuw in het huwelijk getreden is, of in het geval van een nieuwe relatie, moeten de betrokkenen, naast het bewijs van het huwelijk of het partnerschap, het bewijs van de ontbinding van het vorige huwelijk of de vorige relatie (echtscheidingsakte, overlijdensakte van de echtgenoot of partner, enz.) voorleggen.

De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.

Bijzondere bepaling: als de aanvrager de bloed- of aanverwantschapsband niet kan aantonen door middel van officiële documenten, kan de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band werden overgelegd. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken met de aanvrager of de Belg en, in voorkomend geval, voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (bijvoorbeeld een DNA-test). [Artikel 12bis, § 6van de wet van 15 december 1981].

Opgelet: de aanvrager heeft geen recht op gezinshereniging wanneer een andere echtgenoot van de vervoegde vreemdeling reeds in België verblijft. 

Leeftijd

De aanvrager en de vreemdeling die wordt vervoegd moeten meer dan 21 jaar oud zijn.  Deze minimumleeftijd wordt tot 18 jaar teruggebracht indien de echtgenoten bewijzen dat het huwelijk al vóór de aankomst van de vervoegde vreemdeling in België bestond.

→ De geboorteakte van de aanvrager en de vervoegde vreemdeling, of elk ander document dat hun leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen. 

Opgelet: de wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de echtgenoten minstens 21 jaar oud moeten zijn. Deze minimumleeftijd kan dus niet meer worden verminderd, tenzij de overgangsbepalingen van de wet van toepassing zijn.

Wachttermijn

De vreemdeling die wordt vervoegd moet minstens 12 maanden gemachtigd of toegelaten zijn om in België te verblijven. Deze wachttermijn van 12 maanden wordt geschrapt als het huwelijk/partnerschap plaatsvond voor de aankomst van de vreemdeling die wordt vervoegd in België, of als de echtgenoten/partners een gezamenlijk kind hebben.

Opgelet : de wet van 18 juli 2025 legt echtgenoten een wachttijd van twee jaar op. Met andere woorden, moet de vreemdeling die vervoegd wordt sedert minimum twee jaar gemachtigd of toegelaten zijn tot een verblijf in België. Deze wachttermijn wordt teruggebracht tot een jaar indien de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam. 

Beperking in cascade van het recht op gezinshereniging

Wanneer de vreemdeling die wordt vervoegd zelf werd toegelaten of toegelaten tot verblijf als echtgeno(o)t(e) of ongehuwde partner overeenkomstig de artikelen 10, 10bis, 40bis, 40ter, 47/2,1° of 57/34/1 van de wet van 15 december 1980, kan het recht om zich bij hem te voegen op grond van huwelijk of partnerschap slechts worden toegekend als hij bewijst dat hij sinds 2 jaar legaal in België verblijft en voor zover de voorwaarden voor gezinshereniging vervuld zijn. 

Bijgevolg zullen alle niet-EU/EER vreemdelingen die in België verblijven in het kader van gezinshereniging als echtgeno(o)t(e) of partner, met uitzondering van diegenen die genieten van gezinshereniging op basis van artikel 57/34 van de wet van 15 december 1980, 2 jaar moeten wachten vooraleer ze zich in België kunnen vervoegen met hun nieuwe echtgeno(o)t(e) of partner.

Bestaansmiddelen

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden. 

Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

Let op: de wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een bedrag dat gelijk is aan 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd moet beschikken. Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de buitenlandse partner, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt.

De vreemdeling die vervoegd wordt dus beschikken over ten minste 2.325,079 euro netto per maand, tenzij de overgangsbepalingen van de wet van toepassing zijn. 

  • Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
  • Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.

Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid. Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.

Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen. 

Huisvesting

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over voldoende huisvesting om het familielid of de familieleden dat of die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen te herbergen, en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Voor meer info : Voldoende huisvesting

Opgelet: De wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de vreemdeling die vervoegd over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit. 

Verzekering

De vreemdeling die wordt vervoegd moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.

Voor meer info : Ziektekostenverzekering

Volksgezondheid

De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.

Voor meer info : Medisch attest

Openbare orde

De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen. 

Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.

Samenleven

De aanvrager moet met de vreemdeling die wordt vervoegd komen samenleven. 

Het is mogelijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken twijfel koestert in verband met de werkelijke intentie van de aanvrager en/of de  vreemdeling die wordt vervoegd om een duurzame levensgemeenschap te creëren.  In dat geval kan de aanvrager en/of de  vreemdeling die wordt vervoegd voor een onderhoud worden uitgenodigd en kan het advies van het parket worden gevraagd. 

Indien het onderzoek aantoont dat het gaat om een huwelijk met het oog op het bekomen van een verblijfsvoordeel (bv. een verblijfstitel) zal de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek tot gezinshereniging waarschijnlijk weigeren.  Deze controles zullen ook gevolgen hebben voor de onderzoekstermijn van het verzoek tot gezinshereniging.

De partner van een niet-EU/EER vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.

Opgelet: de wet van 18 juli 2025 afschaft het onderscheid tussen het "geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk" en het "wettelijk geregistreerd partnerschap". De vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk, moet voortaan aan dezelfde voorwaarden voldoen als een vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een wettelijk geregistreerd partnerschap. 

Wettelijk geregistreerd partnerschap

In België verwijst het geregistreerd partnerschap naar de verklaring van wettelijke samenwoning die voor een ambtenaar van de burgerlijke stand wordt afgelegd (cf. artikelen 1475 en volgende van het burgerlijk wetboek).

→ De verklaring van wettelijke samenwoning of het bewijs van een wettelijk geregistreerd partnerschap voorleggen.

Nuttige info: uitgesloten partnerschappen

  • De aanvrager en de vervoegde vreemdeling moeten ongehuwd zijn.
  • De aanvrager en de vervoegde vreemdeling  mogen geen duurzame relatie hebben met een andere persoon. 
  • Het partnerschap geeft geen recht op gezinshereniging wanneer het wordt afgesloten tussen (i) bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn en verwanten in dezelfde lijn , of (ii) in de zijlijn, tussen broers, tussen zussen, of tussen broers en zussen, of tussen oom en nicht of neef, of (iii) tussen tante en nicht of neef.
Partnerschap dat als gelijkwaardig wordt beschouwd met een huwelijk in België

Dit partnerschap verwijst naar een geregistreerd partnerschap afgesloten in Duitsland, Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden of het Verenigd Koninkrijk met hem hebben afgesloten.

Stabiele en duurzame relatie

De relatie tussen de aanvrager en de vreemdeling die vervoegd wordt moet stabiel en duurzaam zijn. Het duurzaam en stabiel karakter van deze relatie is aangetoond :

  •  indien de partners bewijzen gedurende minstens één jaar, voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken op legale wijze in België of een ander land te hebben samengewoond; ofwel indien
  • de partners bewijzen dat zij elkaar sedert ten minste twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag, kennen en het bewijs leveren dat zij regelmatig, telefonisch, via briefwisseling of elektronische berichten met elkaar contact onderhielden en dat zij elkaar in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag drie maal ontmoet hebben en dat deze ontmoetingen in totaal 45 of meer dagen betreffen; ofwel indien
  • de partners een gemeenschappelijk kind hebben.

→ Het bewijs van het stabiel en duurzaam karakter van de relatie voorleggen.

Leeftijd

De aanvrager en de vervoegde vreemdeling  moeten meer dan 21 jaar oud zijn. Deze minimumleeftijd wordt tot 18 jaar teruggebracht indien de partners bewijzen dat ze vóór de aankomst van de vervoegde vreemdeling  in België al minstens een jaar samenwoonden.

→ De geboorteakte van de aanvrager en de vervoegde vreemdeling, of elk ander document dat hun leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen, en, in voorkomend geval, het bewijs van een samenwoning van op zijn minst een jaar vóór de aankomst van de e vervoegde vreemdeling  in België.

Opgelet: de wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de partners minstens 21 jaar oud moeten zijn. Deze minimumleeftijd kan dus niet meer worden verminderd, tenzij de overgangsbepalingen van de wet van toepassing zijn.

Ongehuwde staat

De aanvrager en de vervoegde vreemdeling moeten ongehuwd zijn.

→ Een bewijs van ongehuwde staat van de aanvrager en de vervoegde vreemdeling voorleggen.

Wachttermijn

De vreemdeling die wordt vervoegd moet minstens 12 maanden gemachtigd of toegelaten zijn om in België te verblijven. Deze wachttermijn van 12 maanden wordt geschrapt als het partnerschap plaatsvond voor de aankomst van de vreemdeling die wordt vervoegd in België, of als de partners een gezamenlijk kind hebben.

Opgelet : de wet van 18 juli 2025 legt partners een wachttijd van twee jaar op. Met andere woorden, moet de vreemdeling die vervoegd wordt sedert minimum twee jaar gemachtigd of toegelaten zijn tot een verblijf in België. Deze wachttermijn wordt teruggebracht tot een jaar indien de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam. 

Beperking in cascade van het recht op gezinshereniging

Wanneer de vreemdeling die wordt vervoegd zelf werd toegelaten of toegelaten tot verblijf als echtgeno(o)t(e) of ongehuwde partner overeenkomstig de artikelen 10, 10bis, 40bis, 40ter, 47/2,1° of 57/34/1 van de wet van 15 december 1980, kan het recht om zich bij hem te voegen op grond van huwelijk of partnerschap slechts worden toegekend als hij bewijst dat hij sinds 2 jaar legaal in België verblijft en voor zover de voorwaarden voor gezinshereniging vervuld zijn. 

Bijgevolg zullen alle niet-EU/EER vreemdelingen die in België verblijven in het kader van gezinshereniging als echtgeno(o)t(e) of partner, met uitzondering van diegenen die genieten van gezinshereniging op basis van artikel 57/34 van de wet van 15 december 1980, 2 jaar moeten wachten vooraleer ze zich in België kunnen vervoegen met hun nieuwe echtgeno(o)t(e) of partner.

Bestaansmiddelen

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden. 

Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

Let op: de wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een bedrag dat gelijk is aan 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd moet beschikken. Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de buitenlandse partner, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt.

De vreemdeling die vervoegd wordt dus beschikken over ten minste 2.325,079 euro netto per maand, tenzij de overgangsbepalingen van de wet van toepassing zijn. 

  • Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
  • Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.

Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid. Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.

Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.

Huisvesting

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over voldoende huisvesting om het familielid of de familieleden dat of die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen te herbergen, en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Voor meer info : Voldoende huisvesting

Opgelet: De wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de vreemdeling die vervoegd over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit. 

Verzekering

De vreemdeling die wordt vervoegd moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.

Voor meer info : Ziektekostenverzekering

Volksgezondheid

De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.

Voor meer info : Medisch attest

Openbare orde

De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen. 

Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.

Samenleven

De aanvrager moet met de vreemdeling die wordt vervoegd komen samenleven. 

Het is mogelijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken twijfel koestert in verband met de werkelijke intentie van de aanvrager en/of de vreemdeling die wordt vervoegd om een duurzame levensgemeenschap te creëren. In dat geval kan de aanvrager en/of de vreemdeling die wordt vervoegd voor een onderhoud worden uitgenodigd en kan het advies van het parket worden gevraagd. 

Indien het onderzoek aantoont dat het gaat om een partnerschap met het oog op het bekomen van een verblijfsvoordeel (bv. een verblijfstitel) zal de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek tot gezinshereniging waarschijnlijk weigeren.  Deze controles zullen ook gevolgen hebben voor de onderzoekstermijn van het verzoek tot gezinshereniging.

Het minderjarige kind van een niet-EU/EER vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur, van diens echtgenoot of geregistreerde partner, heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.  

Afstamming

De aanvrager moet bewijzen dat hij van de vervoegde vreemdeling, zijn echtgenoot of zijn partner afstamt.

De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.

Bijzondere bepaling: indien de aanvrager de gezins- of aanverwantschapsband niet met officiële documenten kan aantonen, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band worden voorgelegd, op voorwaarde dat deze band al voor de binnenkomst van de vreemdeling die vervoegd wordt in België bestond. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken, of voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (b.v. een DNA-test). [Artikel 12bis, §5 en §6, tweede lid, van de wet van 15 december 1980]

Leeftijd

De aanvrager moet minder dan 18 jaar oud zijn. 

→ Een geboorteakte, of elk document dat zijn leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen.

Ongehuwde staat

De aanvrager moet ongehuwd zijn.

→ Een bewijs van ongehuwde staat voorleggen indien de aanvrager oud genoeg is om op geldige wijze in het huwelijk te treden.

Ouderlijk gezag

Als de aanvrager de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, moet hij aantonen dat de vervoegde vreemdeling, of diens echtgenoot of partner, het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, over hem uitoefent. Indien het ouderlijk gezag wordt gedeeld, dient de andere houder van het ouderlijk gezag zijn toestemming te geven voor de gezinshereniging. 

Nuttige info: het ouderlijk gezag wordt verondersteld als de betrokken ouder een rechtsgeldige geboorteakte overlegt waarin zijn of haar naam als ouder van het kind wordt vermeld. Als een dergelijke geboorteakte echter niet kan worden overgelegd of als de geldigheid ervan wordt betwist, is het aan de verzoeker om de uitoefening van het ouderlijk gezag met alle wettelijke middelen te bewijzen, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving inzake ouderlijk gezag.

Wachttermijn

De vreemdeling die wordt vervoegd moet minstens 12 maanden gemachtigd of toegelaten zijn om in België te verblijven. Deze wachttermijn van 12 maanden wordt geschrapt indien de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam.

Opgelet : de wet van 18 juli 2025 legt een wachttijd van twee jaar op. Met andere woorden, moet de vreemdeling die vervoegd wordt sedert minimum twee jaar gemachtigd of toegelaten zijn tot een verblijf in België. Deze wachttermijn wordt teruggebracht tot een jaar indien de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam en vervalt indien de vreemdeling zich enkel laat vervoegen door een minderjarig kind.   

Bestaansmiddelen

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden. 

Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

Bijzondere bepaling: De vreemdeling die wordt vervoegd moet niet bewijzen dat hij over bestaansmiddelen beschikt indien de aanvrager zijn kind of het kind van zijn echtgenoot (of gelijkgestelde partner) is, en indien dit kind ongehuwd is, bij hem komt wonen alvorens 18 jaar te zijn en de enige is die zich bij hem komt voegen (dit wil zeggen dat de andere ouder de gezinshereniging niet gelijktijdig aanvraagt).

Let op: de wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een bedrag dat gelijk is aan 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd moet beschikken. Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de buitenlandse partner, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt.

De vreemdeling die vervoegd wordt dus beschikken over ten minste 2.325,079 euro netto per maand, tenzij de overgangsbepalingen van de wet van toepassing zijn.  

  • Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
  • Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.

Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid. Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.

Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.

Huisvesting

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over voldoende huisvesting om het familielid of de familieleden dat of die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen te herbergen, en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek

Voor meer info : Voldoende huisvesting

Opgelet: De wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de vreemdeling die vervoegd over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit. 

Verzekering

De vreemdeling die wordt vervoegd moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.

Voor meer info : Ziektekostenverzekering

Volksgezondheid

De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.

Voor meer info : Medisch attest

Samenleven

De aanvrager moet met de vreemdeling die wordt vervoegd komen samenleven. 

Een ongehuwd gehandicapt kind dat ouder is dan 18 jaar van een niet-EU/EER vreemdeling die toegelaten of gemachtigd is tot een verblijf van onbeperkte duur, van diens echtgenoot of  geregistreerde partner, heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.  

Afstamming

De aanvrager moet bewijzen dat hij van de vervoegde vreemdeling, zijn echtgenoot of zijn partner afstamt.

De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.

Bijzondere bepaling: indien de aanvrager de gezins- of aanverwantschapsband niet met officiële documenten kan aantonen, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band worden voorgelegd, op voorwaarde dat deze band al voor de binnenkomst van de vreemdeling die vervoegd wordt in België bestond. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken, of voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (b.v. een DNA-test). [Artikel 12bis, §5 en §6, tweede lid, van de wet van 15 december 1980]

Leeftijd

De aanvrager moet meer dan 18 jaar oud zijn. 

→ Een geboorteakte, of elk document dat zijn leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen.

Ongehuwde staat

De aanvrager moet ongehuwd zijn.

→ Een bewijs van ongehuwde staat voorleggen indien de aanvrager oud genoeg is om op geldige wijze in het huwelijk te treden.

Handicap

De aanvrager moet een attest van een arts erkend door de Belgische diplomatieke of consulaire post verantwoordelijk voor de verblijfplaats in het buitenland voorleggen, waarin bevestigd wordt dat de aanvrager niet in staat is om zichzelf te onderhouden ten gevolge van zijn handicap.

Wachttermijn

De vreemdeling die wordt vervoegd moet minstens 12 maanden gemachtigd of toegelaten zijn om in België te verblijven. Deze wachttermijn van 12 maanden wordt geschrapt indien de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam.

Opgelet : de wet van 18 juli 2025 legt echtgenoten een wachttijd van twee jaar op. Met andere woorden, moet de vreemdeling die vervoegd wordt sedert minimum twee jaar gemachtigd of toegelaten zijn tot een verblijf in België. Deze wachttermijn wordt teruggebracht tot een jaar indien de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam en vervalt indien de vreemdeling zich enkel laat vervoegen door een minderjarig kind of een ongehuwd gehandicapt kind dat ouder is dan achttien jaar.  

Bestaansmiddelen

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden. 

Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen

Let op: de wet van 18 juli 2025 bepaalt dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een bedrag dat gelijk is aan 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd moet beschikken. Dit bedrag moet met 10 % worden verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de buitenlandse partner, ongeacht of dit gezinslid al legaal bij hem in België woont of een gezinshereniging aanvraagt..

De vreemdeling die vervoegd wordt dus beschikken over ten minste 2.325,079 euro netto per maand, tenzij de overgangsbepalingen van de wet van toepassing zijn. 

  • Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
  • Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.

Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid. Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.

Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.

Huisvesting

De vreemdeling die wordt vervoegd moet beschikken over voldoende huisvesting om het familielid of de familieleden dat of die gevraagd heeft of hebben om zich bij hem te komen voegen te herbergen, en die voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan een onroerend goed dat wordt verhuurd als hoofdverblijfplaats, zoals bepaald in artikel 2 van Boek III, Titel VIII, Hoofdstuk II, Afdeling 2 van het Burgerlijk Wetboek

Voor meer info : Voldoende huisvesting

Verzekering

De vreemdeling die wordt vervoegd moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.

Voor meer info : Ziektekostenverzekering

Volksgezondheid

De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.

Voor meer info : Medisch attest

Openbare orde

De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen. 

Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.

Samenleven

De aanvrager moet met de vreemdeling die wordt vervoegd komen samenleven.