Opgelet:
De wet van 18 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2025 en in werking getreden op 18 augustus 2025, wijzigt de bepalingen inzake gezinshereniging.
De nieuwe bepalingen van de wet van 18 juli 2025:
- zijn van toepassing op aanvragen voor gezinshereniging die gedurende een periode van twee jaar vanaf 18 augustus 2025 zijn ingediend, indien de vreemdeling die vervoegd wordt niet gemachtigd of toegelaten werd tot een verblijf in België van meer dan drie maanden vóór 18 augustus 2025;
- zullen volledig van toepassing zijn op aanvragen voor gezinshereniging die vanaf 18 augustus 2027 worden ingediend.
Nieuwe bepalingen inzake gezinshereniging met een begunstigde van de vluchtelingenstatus
[Artikel 10, §1, 5°, van de wet van 15 december 1980, gewijzigd bij de wet van 18 juli 2025 – In werking getreden op 18 augustus 2025]
Onder bepaalde voorwaarden kan een vreemdeling die als begunstigde van de vluchtelingenstatus tot een verblijf in België is toegelaten vervoegd worden door bepaalde familieleden.
De voorwaarden voor een gezinshereniging worden hieronder voor elk van de begunstigden uiteengezet.
De algemene regel is dat een aanvraag tot gezinshereniging moet worden ingediend bij de Belgische diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor de verblijfplaats van het familielid in het buitenland. [Zie Aanvraag ingediend in het buitenland - Visa]
De echtgenoot van een vreemdeling die als begunstigde van de vluchtelingenstatus tot een verblijf in België toegelaten is heeft recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden voor een gezinshereniging is voldaan.
Huwelijk
De aanvrager moet gehuwd zijn met de vreemdeling die vervoegd wordt.
Indien de aanvrager of de vreemdeling die vervoegd wordt opnieuw in het huwelijk getreden is of in het geval van een nieuwe relatie, moeten de betrokkenen het bewijs van de ontbinding van het vorige huwelijk of de vorige relatie (echtscheidingsakte, overlijdensakte van de echtgenoot of partner, enz.) voorleggen, naast het bewijs van het huwelijk of het partnerschap.
De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.
Bijzondere bepaling: indien de aanvrager de gezins- of aanverwantschapsband niet met officiële documenten kan aantonen, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band worden voorgelegd, op voorwaarde dat deze band al voor de binnenkomst van de vreemdeling die vervoegd wordt in België bestond. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken, of voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (b.v. een DNA-test). [Artikel 12bis, §5 en §6, tweede lid, van de wet van 15 december 1980]
Nuttige info De aanvrager heeft geen recht op gezinshereniging wanneer een andere echtgenoot van de vreemdeling met een internationale beschermingsstatus reeds in België verblijft (polygaam huwelijk).
Leeftijd
De aanvrager en de vervoegde vreemdeling moeten meer dan 21 jaar oud zijn.
→ De geboorteakte van de aanvrager en de vervoegde vreemdeling, of elk ander document dat hun leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen.
Verblijf
De vreemdeling die vervoegd wordt, moet als begunstigde van de vluchtelingenstatus toegelaten zijn tot een verblijf in België.
→ Een kopie van de beslissing tot toekenning van de internationale beschermingsstatus en van de verblijfstitel voorleggen.
Beperking in cascade van het recht op gezinshereniging
Wanneer de vreemdeling die wordt herenigd zelf werd toegelaten of toegelaten tot verblijf als echtgeno(o)t(e) of ongehuwde partner overeenkomstig de artikelen 10, 10bis, 40bis, 40ter, 47/2,1° of 57/34/1 van de wet van 15 december 1980, kan het recht om zich bij hem te voegen op grond van huwelijk of partnerschap slechts worden toegekend als hij bewijst dat hij sinds 2 jaar legaal in België verblijft en voor zover de voorwaarden voor gezinshereniging vervuld zijn.
Bijgevolg zullen alle niet-EU/EER die in België verblijven in het kader van gezinshereniging als echtgeno(o)t(e) of partner, met uitzondering van diegenen die genieten van gezinshereniging op basis van artikel 57/34 van de wet van 15 december 1980, 2 jaar moeten wachten vooraleer ze zich in België kunnen vervoegen met hun nieuwe echtgeno(o)t(e) of partner.
Verblijfsvoorwaarden
De echtgenoot moet aantonen dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een ziektekostenverzekering, behoorlijke huisvesting en stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen beschikt.
Deze voorwaarden zijn echter niet van toepassing indien:
- de aanvraag tot gezinshereniging binnen de 6 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus wordt ingediend, en
- de aanvrager bij de indiening van de aanvraag een begin van bewijs van zijn identiteit en van de bloed- of aanverwantschapsband voorlegt, en
- de aanvrager zijn aanvraag uiterlijk 10 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus vervolledigt.
Bij de beoordeling van deze termijnen houdt de Dienst Vreemdelingenzaken rekening met de bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening van het verzoek objectief verschoonbaar maken.
Ziektekostenverzekering
De vreemdeling die vervoegd wordt moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.
Voor meer info : Ziektekostenverzekering
Huisvesting
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit.
Voor meer info : Voldoende huisvesting
Bestaansmiddelen
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden.
Het bedrag van de bestaansmiddelen moet netto ten minste gelijk zijn aan 110% van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimuminkomen dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd (GGMMI), d.w.z. 2.325,079 euro netto per maand. Dit bedrag wordt verhoogd met 10% voor elk bijkomend familielid ten laste van de vreemdeling die vervoegd wordt.
- Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
- Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.
Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid.
Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.
Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.
Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen
Volksgezondheid
De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een kunnen opleveren.
Voor meer info : Medisch attest
Openbare orde
De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen.
Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.
Samenleven
De aanvrager moet met de vervoegde vreemdeling komen samenleven.
Het is mogelijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken twijfel koestert in verband met de werkelijke intentie van de aanvrager en/of de vervoegde vreemdeling om een duurzame levensgemeenschap te creëren. In dat geval kan de aanvrager en/of de vervoegde vreemdeling voor een onderhoud worden uitgenodigd en kan het advies van het parket worden gevraagd.
Indien het onderzoek aantoont dat het gaat om een huwelijk met het oog op het bekomen van een verblijfsvoordeel (bv. een verblijfstitel) zal de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek tot gezinshereniging waarschijnlijk weigeren. Deze controles zullen ook gevolgen hebben voor de onderzoekstermijn van het verzoek tot gezinshereniging.
De geregistreerde partner van een vreemdeling die als begunstigde van de vluchtelingenstatus tot een verblijf in België toegelaten is heeft recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden voor een gezinshereniging is voldaan.
Partnerschap
De wet van 18 juli 2025 afschaft het onderscheid tussen het "geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk" en het "wettelijk geregistreerd partnerschap". De vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een geregistreerd partnerschap gelijkwaardig aan het huwelijk, moet voortaan aan dezelfde voorwaarden voldoen als een vreemdeling die met de vervoegde vreemdeling is verbonden via een wettelijk geregistreerd partnerschap.
-
Wettelijk geregistreerd partnerschap
In België verwijst het geregistreerd partnerschap naar de verklaring van wettelijke samenwoning die voor een ambtenaar van de burgerlijke stand wordt afgelegd (cf. artikelen 1475 en volgende van het burgerlijk wetboek).
→ De verklaring van wettelijke samenwoning of het bewijs van een wettelijk geregistreerd partnerschap voorleggen.
Nuttige info: uitgesloten partnerschappen
- De aanvrager en de vervoegde vreemdeling moeten ongehuwd zijn.
- De aanvrager en de vervoegde vreemdeling mogen geen duurzame relatie hebben met een andere persoon.
- Het partnerschap geeft geen recht op gezinshereniging wanneer het wordt afgesloten tussen (i) bloedverwanten in opgaande en neergaande lijn en verwanten in dezelfde lijn , of (ii) in de zijlijn, tussen broers, tussen zussen, of tussen broers en zussen, of tussen oom en nicht of neef, of (iii) tussen tante en nicht of neef.
-
Partnerschap dat als gelijkwaardig wordt beschouwd met een huwelijk in België
Dit partnerschap verwijst naar een geregistreerd partnerschap afgesloten in Duitsland, Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden of het Verenigd Koninkrijk met hem hebben afgesloten.
Stabiele en duurzame relatie
De relatie tussen de aanvrager en de vreemdeling die vervoegd wordt moet stabiel en duurzaam zijn. Het duurzaam en stabiel karakter van deze relatie is aangetoond :
- indien de partners bewijzen gedurende minstens één jaar, voorafgaand aan de aanvraag, onafgebroken op legale wijze in België of een ander land te hebben samengewoond; ofwel indien
- de partners bewijzen dat zij elkaar sedert ten minste twee jaar, voorafgaand aan de aanvraag, kennen en het bewijs leveren dat zij regelmatig, telefonisch, via briefwisseling of elektronische berichten met elkaar contact onderhielden en dat zij elkaar in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag drie maal ontmoet hebben en dat deze ontmoetingen in totaal 45 of meer dagen betreffen; ofwel indien
- de partners een gemeenschappelijk kind hebben.
→ Het bewijs van het stabiel en duurzaam karakter van de relatie voorleggen.
Leeftijd
De aanvrager en de vervoegde vreemdeling moeten meer dan 21 jaar oud zijn.
→ De geboorteakte van de aanvrager en de vervoegde vreemdeling, of elk ander document dat hun leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen.
Verblijf
De vreemdeling die vervoegd wordt, moet als begunstigde van de vluchtelingenstatus toegelaten zijn tot een verblijf in België.
→ Een kopie van de beslissing tot toekenning van de internationale beschermingsstatus en van de verblijfstitel voorleggen.
Beperking in cascade van het recht op gezinshereniging
Wanneer de vreemdeling die wordt herenigd zelf werd toegelaten of toegelaten tot verblijf als echtgeno(o)t(e) of ongehuwde partner overeenkomstig de artikelen 10, 10bis, 40bis, 40ter, 47/2,1° of 57/34/1 van de wet van 15 december 1980, kan het recht om zich bij hem te voegen op grond van huwelijk of partnerschap slechts worden toegekend als hij bewijst dat hij sinds 2 jaar legaal in België verblijft en voor zover de voorwaarden voor gezinshereniging vervuld zijn.
Bijgevolg zullen alle niet-EU/EER die in België verblijven in het kader van gezinshereniging als echtgeno(o)t(e) of partner, met uitzondering van diegenen die genieten van gezinshereniging op basis van artikel 57/34 van de wet van 15 december 1980, 2 jaar moeten wachten vooraleer ze zich in België kunnen vervoegen met hun nieuwe echtgeno(o)t(e) of partner.
Verblijfsvoorwaarden
De geregistreerde partner moet aantonen dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een ziektekostenverzekering, behoorlijke huisvesting en stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen beschikt.
Deze voorwaarden zijn echter niet van toepassing indien:
- de aanvraag tot gezinshereniging binnen de 6 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus wordt ingediend, en
- de aanvrager bij de indiening van de aanvraag een begin van bewijs van zijn identiteit en van de bloed- of aanverwantschapsband voorlegt, en
- de aanvrager zijn aanvraag uiterlijk 10 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus vervolledigt.
Bij de beoordeling van deze termijnen houdt de Dienst Vreemdelingenzaken rekening met de bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening van het verzoek objectief verschoonbaar maken.
Ziektekostenverzekering
De vreemdeling die vervoegd wordt moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.
Voor meer info : Ziektekostenverzekering
Huisvesting
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit.
Voor meer info : Voldoende huisvesting
Bestaansmiddelen
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden.
Het bedrag van de bestaansmiddelen moet netto ten minste gelijk zijn aan 110% van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimuminkomen dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd (GGMMI), d.w.z. 2.325,079 euro netto per maand. Dit bedrag wordt verhoogd met 10% voor elk bijkomend familielid ten laste van de vreemdeling die vervoegd wordt.
- Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
- Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.
Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid.
Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.
Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.
Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen
Volksgezondheid
De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een kunnen opleveren.
Voor meer info : Medisch attest
Openbare orde
De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen.
Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.
Samenleven
De aanvrager moet met de vervoegde vreemdeling komen samenleven.
Het is mogelijk dat de Dienst Vreemdelingenzaken twijfel koestert in verband met de werkelijke intentie van de aanvrager en/of de vervoegde vreemdeling om een duurzame levensgemeenschap te creëren. In dat geval kan de aanvrager en/of de vervoegde vreemdeling voor een onderhoud worden uitgenodigd en kan het advies van het parket worden gevraagd.
Indien het onderzoek aantoont dat het gaat om een partnerschap met het oog op het bekomen van een verblijfsvoordeel (bv. een verblijfstitel) zal de Dienst Vreemdelingenzaken het verzoek tot gezinshereniging waarschijnlijk weigeren. Deze controles zullen ook gevolgen hebben voor de onderzoekstermijn van het verzoek tot gezinshereniging.
Het minderjarige kind van een vreemdeling die als begunstigde van de vluchtelingenstatus tot een verblijf in België toegelaten is, van diens echtgenoot of geregistreerde partner, heeft recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden voor een gezinshereniging is voldaan.
Afstamming
De aanvrager moet bewijzen dat hij van de vervoegde vreemdeling, zijn echtgenoot of zijn partner afstamt.
De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.
Bijzondere bepaling: indien de aanvrager de gezins- of aanverwantschapsband niet met officiële documenten kan aantonen, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band worden voorgelegd, op voorwaarde dat deze band al voor de binnenkomst van de vreemdeling die vervoegd wordt in België bestond. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken, of voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (b.v. een DNA-test). [Artikel 12bis, §5 en §6, tweede lid, van de wet van 15 december 1980]
Leeftijd
De aanvrager moet minder dan 18 jaar oud zijn.
Nuttige info: beoordeling van de minderjarigheid
Voor zover de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met de leeftijd van het kind dat de gezinshereniging aanvraagt of de leeftijd van de vreemdeling die vervoegd wordt op het moment van de indiening van het verzoek om internationale bescherming (vluchtelingenstatus).
Indien het kind dat gezinshereniging aanvraagt de leeftijd van achttien jaar bereikt gedurende of kort na de procedure tot het bekomen van de vluchtelingenstatus, kan de aanvraag tot gezinshereniging worden ingediend tot drie maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus. Bij de beoordeling van deze termijn van drie maanden moet de Dienst Vreemdelingenzaken eveneens rekening houden met de bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening van de aanvraag objectief verschoonbaar maken.
Ongehuwde staat
De aanvrager moet ongehuwd zijn.
→ Een bewijs van ongehuwde staat voorleggen indien de aanvrager oud genoeg is om op geldige wijze in het huwelijk te treden.
Ouderlijk gezag
Als de aanvrager de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt heeft, moet hij aantonen dat de vervoegde vreemdeling, of diens echtgenoot of partner, het ouderlijk gezag, inclusief het recht van bewaring, over hem uitoefent. Indien het ouderlijk gezag wordt gedeeld, dient de andere houder van het ouderlijk gezag zijn toestemming te geven voor de gezinshereniging.
Nuttige info: het ouderlijk gezag wordt verondersteld als de betrokken ouder een rechtsgeldige geboorteakte overlegt waarin zijn of haar naam als ouder van het kind wordt vermeld. Als een dergelijke geboorteakte echter niet kan worden overgelegd of als de geldigheid ervan wordt betwist, is het aan de verzoeker om de uitoefening van het ouderlijk gezag met alle wettelijke middelen te bewijzen, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving inzake ouderlijk gezag.
Verblijf
De vreemdeling die vervoegd wordt, moet als begunstigde van de vluchtelingenstatus toegelaten zijn tot een verblijf in België.
→ Een kopie van de beslissing tot toekenning van de internationale beschermingsstatus en van de verblijfstitel voorleggen.
Verblijfsvoorwaarden
Het minderjarige kind moet aantonen dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een ziektekostenverzekering, behoorlijke huisvesting en stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen beschikt.
Deze voorwaarden zijn echter niet van toepassing indien:
- de aanvraag tot gezinshereniging binnen de 6 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus wordt ingediend, en
- de aanvrager bij de indiening van de aanvraag een begin van bewijs van zijn identiteit en van de bloed- of aanverwantschapsband voorlegt, en
- de aanvrager zijn aanvraag uiterlijk 10 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus vervolledigt.
Bij de beoordeling van deze termijnen houdt de Dienst Vreemdelingenzaken rekening met de bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening van het verzoek objectief verschoonbaar maken.
Ziektekostenverzekering
De vreemdeling die vervoegd wordt moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.
Voor meer info : Ziektekostenverzekering
Huisvesting
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit.
Voor meer info : Voldoende huisvesting
Bestaansmiddelen
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden.
Het bedrag van de bestaansmiddelen moet netto ten minste gelijk zijn aan 110% van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimuminkomen dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd (GGMMI), d.w.z. 2.325,079 euro netto per maand. Dit bedrag wordt verhoogd met 10% voor elk bijkomend familielid ten laste van de vreemdeling die vervoegd wordt.
- Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
- Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.
Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid.
Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.
Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.
Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen
Volksgezondheid
De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een kunnen opleveren.
Voor meer info : Medisch attest
Samenleven
De aanvrager moet met de vervoegde vreemdeling komen samenleven.
Een ongehuwd gehandicapt kind dat ouder is dan 18 jaar van een vreemdeling die als begunstigde van de vluchtelingenstatus tot een verblijf in België toegelaten is, van diens echtgenoot of geregistreerde partner, heeft een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.
Afstamming
De aanvrager moet bewijzen dat hij van de vervoegde vreemdeling, zijn echtgenoot of zijn partner afstamt.
De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.
Bijzondere bepaling: indien de aanvrager de gezins- of aanverwantschapsband niet met officiële documenten kan aantonen, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band worden voorgelegd, op voorwaarde dat deze band al voor de binnenkomst van de vreemdeling die vervoegd wordt in België bestond. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken, of voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (b.v. een DNA-test). [Artikel 12bis, §5 en §6, tweede lid, van de wet van 15 december 1980]
Leeftijd
De aanvrager moet meer dan 18 jaar oud zijn.
→ Een geboorteakte, of elk document dat zijn leeftijd op geldige wijze aantoont, voorleggen.
Ongehuwde staat
De aanvrager moet ongehuwd zijn.
→ Een bewijs van ongehuwde staat voorleggen indien de aanvrager oud genoeg is om op geldige wijze in het huwelijk te treden.
Handicap
De aanvrager moet een attest van een arts erkend door de Belgische diplomatieke of consulaire post verantwoordelijk voor de verblijfplaats in het buitenland voorleggen, waarin bevestigd wordt dat de aanvrager niet in staat is om zichzelf te onderhouden ten gevolge van zijn handicap.
Verblijf
De vreemdeling die vervoegd wordt, moet als begunstigde van de vluchtelingenstatus toegelaten zijn tot een verblijf in België.
→ Een kopie van de beslissing tot toekenning van de internationale beschermingsstatus en van de verblijfstitel voorleggen.
Verblijfsvoorwaarden
Een ongehuwd gehandicapt kind dat ouder is dan 18 jaar moet aantonen dat de vreemdeling die vervoegd wordt over een ziektekostenverzekering, behoorlijke huisvesting en stabiele, regelmatige en toereikende bestaansmiddelen beschikt.
Deze voorwaarden zijn echter niet van toepassing indien:
- de aanvraag tot gezinshereniging binnen de 6 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus wordt ingediend, en
- de aanvrager bij de indiening van de aanvraag een begin van bewijs van zijn identiteit en van de bloed- of aanverwantschapsband voorlegt, en
- de aanvrager zijn aanvraag uiterlijk 10 maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus vervolledigt.
Bij de beoordeling van deze termijnen houdt de Dienst Vreemdelingenzaken rekening met de bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening van het verzoek objectief verschoonbaar maken.
Ziektekostenverzekering
De vreemdeling die vervoegd wordt moet een ziektekostenverzekering hebben die de risico's in België voor hemzelf en zijn familieleden dekt.
Voor meer info : Ziektekostenverzekering
Huisvesting
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over behoorlijke huisvesting die als normaal beschouwd wordt voor een vergelijkbaar gezin en dewelke voldoet aan de wettelijk geldende criteria inzake veiligheid en hygiëne moet beschikken . De criteria waaraan het onroerend goed moet voldoen alsook de wijze waarop de vreemdeling bewijst dat het onroerend goed voldoet aan de gestelde voorwaarden worden bepaald in een koninklijk besluit.
Voor meer info : Voldoende huisvesting
Bestaansmiddelen
De vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken over stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen om in zijn eigen behoeften en die van zijn familieleden te voorzien en om te voorkomen dat zij ten laste vallen van de openbare overheden.
Het bedrag van de bestaansmiddelen moet netto ten minste gelijk zijn aan 110% van het gewaarborgd gemiddeld maandelijks minimuminkomen dat door artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen wordt beoogd (GGMMI), d.w.z. 2.325,079 euro netto per maand. Dit bedrag wordt verhoogd met 10% voor elk bijkomend familielid ten laste van de vreemdeling die vervoegd wordt.
- Voorbeeld 1: de gezinshereniger is alleen in België en wil worden vergezeld of herenigd met zijn partner en zijn twee kinderen: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt): 2.787,69 euro.
- Voorbeeld 2: dezelfde situatie, maar de gezinshereniger verblijft al in België met een ander kind: het bedrag is 110% (partner die gezinshereniging aanvraagt) + 20% (10% per kind dat gezinshereniging aanvraagt) + 10% (kind dat al in België verblijft): 3.020 euro.
Als het referentiebedrag niet wordt bereikt, moet de Dienst Vreemdelingenzaken bepalen over hoeveel middelen de vreemdeling die vervoegd wordt moet beschikken om in zijn eigen behoeften en die van zijn gezinsleden te voorzien zonder ten laste te vallen van de overheid.
Deze bepaling bestond al. De wetgever verplicht de aanvrager nu echter om bij de indiening van zijn aanvraag tot gezinshereniging alle documenten en informatie voor te leggen die de Dienst Vreemdelingenzaken in staat stellen het bedrag van de nodige middelen te bepalen.
Er is geen wijziging wat betreft de aard en de regelmatigheid van de bestaansmiddelen die in aanmerking kunnen worden genomen.
Voor meer info : Stabiele, regelmatige en voldoende bestaansmiddelen
Volksgezondheid
De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren.
Voor meer info : Medisch attest
Openbare orde
De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen.
Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.
Samenleven
De aanvrager moet met de vreemdeling die wordt vervoegd komen samenleven.
Voorwaarden die worden opgelegd aan de ouders van een niet begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV)
De vader en de moeder van een niet-begeleide minderjarige vreemdeling die als begunstigde van de vluchtelingenstatus tot een verblijf in België toegelaten is, hebben een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.
Onder “niet-begeleide minderjarige vreemdeling” (NBMV) verstaat men een minderjarige vreemdeling die België is binnengekomen zonder te worden begeleid door een meerderjarige vreemdeling die wettelijk voor hem verantwoordelijk is en die daarna ook niet onder de hoede van een dergelijke persoon hebben gestaan. Deze minderjarige vreemdeling mag ook niet zonder begeleiding nadat hij België is binnengekomen.
Identiteit
De aanvrager moet zijn identiteit aantonen.
→ Een geldig reisdocument, of elk document dat de identiteit op geldige wijze aantoont, voorleggen.
Afstamming
De aanvrager moet aantonen dat hij de vader of de moeder is van de vervoegde vreemdeling.
De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.
Bijzondere bepaling: indien de aanvrager de gezins- of aanverwantschapsband niet met officiële documenten kan aantonen, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band worden voorgelegd, op voorwaarde dat deze band al voor de binnenkomst van de vreemdeling die vervoegd wordt in België bestond. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken, of voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (b.v. een DNA-test). [Artikel 12bis, §5 en §6, tweede lid, van de wet van 15 december 1980]
Leeftijd
De aanvrager moet komen samenleven met de vreemdeling die vervoegd wordt vooraleer deze vreemdeling de leeftijd van 18 jaar bereikt.
Nuttige info: beoordeling van de minderjarigheid
Voor zover de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die vervoegd wordt in België aankwam, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met de leeftijd van het kind dat de gezinshereniging aanvraagt of de leeftijd van de vreemdeling die vervoegd wordt op het moment van de indiening van het verzoek om internationale bescherming (vluchtelingenstatus).
Indien de vreemdeling die vervoegd wordt de leeftijd van achttien jaar bereikt gedurende of kort na de procedure tot het bekomen van de vluchtelingenstatus, kan de aanvraag tot gezinshereniging worden ingediend tot drie maanden na de beslissing tot toekenning van de vluchtelingenstatus. Bij de beoordeling van deze termijn van drie maanden moet de Dienst Vreemdelingenzaken eveneens rekening houden met de bijzondere omstandigheden die de laattijdige indiening van de aanvraag objectief verschoonbaar maken.
Volksgezondheid
De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een kunnen opleveren.
Voor meer info : Medisch attest
Openbare orde
De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen.
Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.
De bepalingen betreffende de ouders van een begeleide minderjarige vreemdeling (MEA) die als begunstigde van een internationale beschermingsstatus tot een verblijf in België is toegelaten, zijn voortaan opgenomen in artikel 10, §1, lid 1, 4°, f), van de wet van 15 december 1980. |Verzoek om verblijf in België]
Dit artikel bevat de bepalingen die van toepassing zijn op de familieleden van een vreemdeling die als begunstigde van een internationale beschermingsstatus dan wel overeenkomstig artikel 57/45 (staatloze) tot een verblijf in België is toegelaten, die zich in verband met het verzoek om internationale bescherming of de aanvraag om toelating tot verblijf wegens staatloosheid bedoeld in artikel 57/38 in België bevinden, maar zelf niet in aanmerking komen voor dergelijke bescherming en voor zover de gezinsbanden reeds bestonden voordat de vreemdeling die begeleid wordt in het Rijk aankwam en de toelating tot verblijf verenigbaar is met de persoonlijke juridische status van het familielid.
De vader en de moeder van een begeleide minderjarige vreemdeling (MEA) die als begunstigde van een internationale beschermingsstatus tot een verblijf in België is toegelaten, dan wel de meerderjarige vreemdeling die overeenkomstig het Belgisch recht verantwoordelijk is voor hem, hebben een recht op gezinshereniging. Dit recht moet worden erkend indien de betrokkenen met documenten aantonen dat aan de voorwaarden van een gezinshereniging is voldaan.
Identiteit
De aanvrager moet zijn identiteit aantonen.
→ Een geldig reisdocument, of elk document dat de identiteit op geldige wijze aantoont, voorleggen.
Afstamming
De aanvrager moet aantonen dat hij of zij de vader of moeder is van de begeleidende vreemdeling en dat de afstamming reeds in het land van herkomst bestond.
De algemene regel is dat de aanvrager officiële documenten overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten betreffende dezelfde materie moet voorleggen om de bloed- of aanverwantschapsband met de vreemdeling die vervoegd wordt, vast te stellen.
Bijzondere bepaling: indien de aanvrager de gezins- of aanverwantschapsband niet met officiële documenten kan aantonen, moet de Dienst Vreemdelingenzaken rekening houden met andere geldige bewijzen die met betrekking tot deze band worden voorgelegd, op voorwaarde dat deze band al voor de binnenkomst van de vreemdeling die vervoegd wordt in België bestond. Indien dat niet mogelijk is, kan de Dienst Vreemdelingenzaken overgaan of laten overgaan tot interviews en onderzoeken, of voorstellen om een aanvullende analyse te laten uitvoeren (b.v. een DNA-test). [Artikel 12bis, §5 en §6, tweede lid, van de wet van 15 december 1980]
Leeftijd
De begeleidde vreemdeling moet jonger zijn dan 18 jaar en de aanvrager moet met hem samenwonen voordat de begeleide vreemdeling de leeftijd van 18 jaar bereikt.
Ongehuwde staat
De begeleide vreemdeling moet ongehuwd zijn.
→ Een bewijs van ongehuwde staat voorleggen indien de aanvrager oud genoeg is om op geldige wijze in het huwelijk te treden.
Volksgezondheid
De aanvrager moet een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat hij niet aangetast is door één van de in bijlage bij de wet van 15 december 1980 opgesomde ziekten die een kunnen opleveren.
Voor meer info : Medisch attest
Openbare orde
De aanvrager moet een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document voorleggen.
Voor meer info : Uittreksel uit het strafregister.