Recht om binnen te komen en te verblijven

 

Een burger van de Europese Unie (EU-burger) is een  die de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een de geassocieerde landen van de Europese Unie (Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) bezit. 

Overeenkomstig artikel 41 van de wet van 15/12/1980 en van artikel 46 van het koninklijk besluit van 08/10/1981 wordt dit EU-burgerschap door middel van een van de volgende documenten aangetoond: 

  • een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort; of
  • een vervallen identiteitskaart of een vervallen paspoort; of
  • enig ander bewijs van de identiteit en nationaliteit.

Elke EU-burger heeft het recht om, onder bepaalde voorwaarden, het grondgebied van een lidstaat waarvan hij de nationaliteit niet bezit binnen te komen en er vrij te verblijven

Meer info over het recht op toegang tot en verblijf in België van een EU-burger

 

OPGELET !
Vanaf 01/09/2025 zal een EU-burger die meer dan drie maanden in België wenst te verblijven samen met zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) een volledig dossier moeten voorleggen.  Indien hij dat niet doet zal zijn aanvraag niet in overweging worden genomen (bijlage 19quinquies). Lees meer hieronder : (meer dan 3 maanden) - Nieuwe bepalingen.

Met andere woorden: de EU-burger zal vanaf zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving niet meer over een termijn van drie maanden beschikken om de documenten die de status waaronder hij meer dan drie maanden in België wenst te verblijven aantonen voor te leggen.

Er worden echter overgangsbepalingen voorzien voor de aanvragen voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) die vóór 01/09/2025 worden ingediend en waarvoor op deze datum nog geen beslissing is genomen. Lang verblijf (meer dan 3 maanden) - Overgangsbepalingen.

 

Het recht op binnenkomst in België wordt erkend aan buitenlanders die kunnen aantonen dat zij EU-burger zijn.

Buitenlanders die verklaren EU-burger te zijn, maar dit niet kunnen aantonen, kunnen door de grenscontroleautoriteiten worden teruggedreven. Alvorens tot terugdrijving over te gaan, zal de Dienst Vreemdelingenzaken hen echter een termijn toekennen waarbinnen zij een van deze documenten kunnen voorleggen.

Nuttige info: De Dienst Vreemdelingenzaken kan een administratieve geldboete van 200 euro opleggen aan de EU-burger die geen geldige identiteitskaart of geen geldig paspoort voorlegt.

De EU-burger die voor een kort verblijf naar België komt, moet zijn aanwezigheid in België melden aan het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, en dit binnen de tien werkdagen na zijn aankomst in België.

De EU-burger ontvangt een bijlage 3ter (Verklaring aan aanwezigheid).

Let op! Dit document, dat gratis afgegeven wordt, is geen verblijfstitel.

Er wordt een vrijstelling verleend aan de EU-burger:

  • die verblijft in een logementshuis dat onderworpen is aan de wetgeving betreffende de controle op reizigers;  
  • die tijdens een reis in België voor behandeling in een ziekenhuis of een soortgelijke verplegingsinrichting is opgenomen;
  • die aangehouden wordt en in een strafinrichting of inrichting tot bescherming van de maatschappij gedetineerd wordt.

Nuttige info:
De Dienst Vreemdelingenzaken kan een administratieve geldboete van 200 euro opleggen aan de EU-burger die zijn aanwezigheid niet binnen de bovengenoemde termijn van tien dagen meldt.

 

OPGELET! Nieuwe bepalingen vanaf 1 september 2025. Zie hieronder: Lang verblijf in België (meer dan 3 maanden) - Nieuwe bepalingen

 

Recht op verblijf van meer dan drie maanden in België

[Artikelen 40, § 4, van de wet van 15 december 1980 en 50, § 2, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]  

Een EU-burger heeft een recht op verblijf van meer dan drie maanden in België indien hij aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

  1. Een werknemer of een zelfstandige zijn in België; of
  2. België binnengekomen zijn om werk te zoeken en bewijzen dat hij verder werk zoekt en een gerede kans maakt om te worden aangeworven; of
  3. Voor zichzelf over voldoende bestaansmiddelen beschikken om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het sociale bijstandsstelsel in België, en beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt ; of
  4. Ingeschreven zijn aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling om er als hoofdbezigheid een studie, daaronder begrepen een beroepsopleiding, te volgen, en beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt, en over voldoende middelen van bestaan om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het sociale bijstandsstelsel in België;
  5. EU-burger en familielid, in de zin van artikel 40bis, § 2 van de wet van 15 december 1980, van een andere EU-burger die een recht op verblijf van meer dan drie maanden in België heeft zijn.

De erkenning van dit recht is echter aan voorwaarden onderworpen. (Zie hieronder)

Aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19)

De EU-burger die meer dan drie maanden in België wenst te verblijven moet een aanvraag voor een verklaring van inschrijving indienen bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, en dit ten laatste na het verstrijken van de periode van drie maanden na de datum van aankomst in België [Bijlage 19 bij het koninklijk besluit van 08.10.1981].

Nuttige info: de Dienst Vreemdelingenzaken kan een administratieve geldboete van 200 euro opleggen aan de EU-burger die zijn aanvraag niet voor het verstrijken van deze periode van drie maanden indient.

Het gemeentebestuur schrijft de EU-burger die aantoont dat hij een onderdaan van een van de EU-lidstaten is in het wachtregister in. Indien de EU-burger daadwerkelijk in de gemeente verblijft (positief verblijfplaatsonderzoek) schrijft het gemeentebestuur hem in het vreemdelingenregister in.

Het gemeentebestuur houdt geen rekening met de aanvraag voor een verklaring van inschrijving van de EU-burger die niet aantoont dat hij een onderdaan van een van de EU-lidstaten is. [Bijlage 19 quinquies bij het koninklijk besluit van 08/10/1981]

Nuttige info: een EU-student die in het kader van een programma van de Europese Unie, een multilateraal programma met mobiliteitsmaatregelen of een overeenkomst tussen twee of meer instellingen voor hoger onderwijs in België wil verblijven voor meer dan drie maanden en maximaal zes maanden, geniet van een vereenvoudigde procedure. De student beschikt over een termijn van drie maanden om een verblijfsdocument aan te vragen, mits voorlegging van bewijs van EU-burgerschap én van deelname aan een van de bovengenoemde programma's. Het recht om langer dan drie maanden te verblijven wordt erkend via een document dat overeenstemt met bijlage 3septies van het koninklijk besluit van 08/10/1981. Dit document wordt gratis afgeleverd en is geldig voor de duur van de studies, zonder inschrijving in het wachtregister of het vreemdelingenregister. [Artikel 51, § 4 van het koninklijk besluit van 08/10/1981]

Bewijsstukken

De EU-burger moet de documenten die aantonen dat hij beschikt over het recht om meer dan drie maanden in België te verblijven voorleggen om zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving te staven, en dit ten laatste binnen de drie maanden na deze aanvraag.

Mogelijke statussen om begunstigde te zijn van het recht op verblijf van meer dan drie maanden

Documenten die moeten worden voorgelegd om de aanvraag voor de verklaring van inschrijving te staven (bijlage 19)

 

  1. Werknemer in loondienst
  • een verklaring van indienstneming of tewerkstelling [bijlage 19 bis bij het koninklijk besluit van 08/10/1981]
  1. Zelfstandige
  • een inschrijving in de Kruispuntbank van ondernemingen met een ondernemingsnummer 

Nuttige info: De zelfstandige moet aangesloten zijn bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen. Het bewijs van deze aansluiting wordt door de gekozen kas echter rechtstreeks doorgestuurd naar het gemeentebestuur van de verblijfplaats.   

  1. Werkzoekende
  • een inschrijving bij de bevoegde werkgelegenheidsdienst of een kopie van de sollicitatiebrief; en
  • het bewijs dat men een gerede kans maakt om te worden aangeworven, rekening houdend met zijn persoonlijke situatie, met name de bekomen diploma's, de eventuele gevolgde of voorziene beroepsopleidingen en de duur van de werkloosheidsperiode.
  1. Houder zijn van voldoende bestaansmiddelen, om te voorkomen dat men tijdens het verblijf ten laste komt van het Belgische sociale bijstandsstelsel, en een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt ;
  • het bewijs van de voldoende bestaansmiddelen  waarbij onder andere een invaliditeitsuitkering, een vervroegd pensioen, een ouderdomsuitkering of een uitkering van de arbeidsongevallen- of beroepsziektenverzekering in aanmerking worden genomen ; en
  • een ziektekostenverzekering; EZVK (Europese ziekteverzekeringskaart), privéverzekering, S1-formulier, inschrijving bij een Belgisch ziekenfonds...
  1. Student die ingeschreven is aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling, om er als hoofdbezigheid een studie, daaronder begrepen een beroepsopleiding, te volgen
  • een inschrijving aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling  ; en
  • een ziektekostenverzekering; EZVK (Europese ziekteverzekeringskaart), privéverzekering, S1-formulier, inschrijving bij een Belgisch ziekenfonds...; en
  • een verklaring van voldoende bestaansmiddelen, of elk ander gelijkwaardig middel dat aantoont dat hij over voldoende bestaansmiddelen beschikt.
  1. Familielid van een EU-burger die zelf een EU-burger is [artikel 40bis of 40ter van de wet van 15/12/1980]
  • Meer info over het recht op toegang en verblijf van de familieleden van een EU-burger
Weigering van een aanvraag voor een verklaring van inschrijving

Het gemeentebestuur weigert de aanvraag van de EU-burger die niet alle documenten voorlegt die aantonen dat hij meer dan drie maanden in België mag verblijven, om zijn aanvraag te staven, en dit ten laatste binnen de drie maanden na deze aanvraag. [Bijlage 20 bij het koninklijk besluit van 08/10/1981]

Het gemeentebestuur voorziet een bijkomende termijn van een maand voor deze EU-burger, vanaf de kennisgeving van de weigering van de aanvraag, om de ontbrekende documenten voor te leggen.

Indien de EU-burger de ontbrekende documenten niet voorgelegd heeft wanneer deze nieuwe termijn van een maand verstrijkt, behoudt het gemeentebestuur zijn beslissing.

Erkenning van het recht op verblijf

In de volgende situates, kan de gemeente het verblijfsrecht erkennen van een EU-burger die het recht om meer dan drie maanden in België te verblijven, heeft aangetoond:

  1. een werknemer of een zelfstandige is;
  2. over voldoende bestaansmiddelen beschikt, voor zover het bewijs van de voldoende bestaansmiddelen geleverd wordt door middel van een invaliditeitsuitkering, een vervroegd pensioen, een ouderdomsuitkering of een uitkering van de arbeidsongevallen- of beroepsziektenverzekering waarover de betrokkene voor zichzelf beschikt;
  3. ingeschreven is aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling, om er als hoofdbezigheid een studie te volgen;
  4. een echtgenoot of partner waarmee een geregistreerd partnerschap werd gesloten dat gelijkwaardig is met een huwelijk, in de zin van artikel 40bis, § 2, eerste lid, 1°, van de wet, is, voor zover de bloed-of aanverwantschapsband door middel van officiële documenten wordt aangetoond, overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten ter zake;
  5. een bloedverwant in neergaande lijn jonger dan 21 jaar, in de zin van artikel 40bis, § 2, eerste lid, 3°, van de wet, is, mits de band van bloedverwantschap en het recht van bewaring, en, bij gedeelde bewaring, de toestemming van de andere houder van het recht van bewaring, zijn bewezen door middel van officiële documenten, overeenkomstig artikel 30 van de wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht of de internationale overeenkomsten ter zake.

Het gemeentebestuur overhandigt een voorlopig document dat zijn inschrijving aantoont aan de EU-burger (bijlage 8ter). Vervolgens overhandigt het gemeentebestuur een document dat zijn inschrijving aantoont aan de EU-burger (EU-kaart).

Nuttige info: de EU-burger die in België werkt, maar er niet verblijft (grensarbeider) ontvangt geen verblijfskaart. Hoe kan ik de onlinediensten van de overheid gebruiken zonder eID? Zie Identificatie zonder eID | Helpcentrum (belgium.be)

Onderzoek van de aanvraag voor een verklaring van inschrijving door de Dienst Vreemdelingenzaken

Het gemeentebestuur dat het recht op verblijf van meer dan drie maanden van een EU-burger niet erkend heeft, stuurt de aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) naar de Dienst Vreemdelingenzaken. 

De Dienst Vreemdelingenzaken moet uiterlijk zes maanden na de datum van indiening van de aanvraag een beslissing nemen om het recht op verblijf van meer dan drie maanden in België al dan niet te erkennen.

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken het recht op verblijf erkent, overhandigt het gemeentebestuur een voorlopig document dat zijn inschrijving aantoont aan de EU-burger (bijlage 8ter). Vervolgens overhandigt het gemeentebestuur een document dat zijn inschrijving aantoont aan de EU-burger (EU-kaart).

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken het recht op verblijf niet aantoont, weigert hij de aanvraag voor verklaring van inschrijving (bijlage 20).  

Nuttige info: de EU-burger die in België werkt, maar er niet verblijft (grensarbeider) ontvangt geen verblijfskaart. Hoe kan ik de onlinediensten van de overheid gebruiken zonder eID? Zie Identificatie zonder eID | Helpcentrum (belgium.be)

 

OPGELET! Nieuwe bepalingen vanaf 1 september 2025. 

 
Recht op verblijf van meer dan drie maanden in België

[Artikelen 40, § 4, van de wet van 15 december 1980 en 50, § 2, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981]  

Een EU-burger heeft een recht op verblijf van meer dan drie maanden in België indien hij aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

  1. Een werknemer of een zelfstandige zijn in België; of
  2. België binnengekomen zijn om werk te zoeken en bewijzen dat hij verder werk zoekt en een gerede kans maakt om te worden aangeworven; of
  3. Voor zichzelf over voldoende bestaansmiddelen beschikken om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het sociale bijstandsstelsel in België, en beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt ; of
  4. Ingeschreven zijn aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling om er als hoofdbezigheid een studie, daaronder begrepen een beroepsopleiding, te volgen, en beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's in België dekt, en over voldoende middelen van bestaan om te voorkomen dat hij tijdens zijn verblijf ten laste komt van het sociale bijstandsstelsel in België;
  5. EU-burger en familielid, in de zin van artikel 40bis, § 2 van de wet van 15 december 1980, van een andere EU-burger die een recht op verblijf van meer dan drie maanden in België heeft zijn.

De erkenning van dit recht is echter aan voorwaarden onderworpen. (Zie hieronder)

Aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19)

Een EU-burger die meer dan drie maanden in België wenst te verblijven moet een aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) indienen bij het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats, en dit ten laatste na het verstrijken van de periode van drie maanden na de datum van aankomst in België.  

Nuttige info : de Dienst Vreemdelingenzaken kan een administratieve geldboete van 200 euro opleggen aan de EU-burger die geen verklaring van inschrijving aanvraagt voor het verstrijken van de periode van drie maanden.

Het gemeentebestuur aanvaardt dat de EU-burger deze verklaring van inschrijving aanvraagt indien de EU-burger, op het moment van de aanvraag, bewijst dat hij een EU-burger is  en alle documenten voorlegt die de status waaronder hij meer dan drie maanden in België wenst te verblijven (werknemer, houder van voldoende bestaansmiddelen, enz.) aantonen.

Indien de aanvrager niet bewijst dat hij een EU-burger is, neemt het gemeentebestuur zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving niet in overweging en betekent een bijlage 19quinquies.

Indien de aanvrager bewijst dat hij een EU-burger is, maar niet alle documenten die de status waaronder hij meer dan drie maanden in België wenst te verblijven aantonen voorlegt, neemt het gemeentebestuur zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving niet in overweging en betekent een bijlage 19quinquies. Het gemeentebestuur vermeldt op de bijlage 19quinquies de documenten die niet werden voorgelegd. 

Nuttige info : een EU-burger kan een nieuwe aanvraag voor een verklaring van inschrijving op elk moment indienen, voor zover hij alle documenten die aantonen dat hij over een recht op verblijf van meer dan drie maanden in België beschikt, kan voorleggen.

Documenten die samen met een aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) moeten worden voorgelegd

De documenten die door een EU-burger samen met zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving moeten worden voorgelegd hangen af van de status waaronder hij in België wenst te verblijven. 

Status

 

Documenten die samen met de aanvraag voor een verklaring van inschrijving [Bijlage 19] moeten worden voorgelegd
 
  1. Werknemer

 

  • een arbeidsovereenkomst; of
  • een verklaring van indienstneming of
  • een attest van tewerkstelling (Bijlage 19bis).
  1. Zelfstandige

 

  • een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen met  een ondernemingsnummer; en
  • een attest van aansluiting bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen;

Nuttige info: dit attest wordt door het gekozen sociaal verzekeringsfonds rechtstreeks naar het gemeentebestuur van de verblijfplaats gestuurd.

  1. Werkzoekende

 

  • een inschrijving bij de bevoegde werkgelegenheidsdienst (Forem, Actiris of VDAB); of
  • kopieën van sollicitatiebrieven. 

 

Opgelet! Lees meer hieronder.

 

  1. Houder van voldoende bestaansmiddelen, om te voorkomen dat men tijdens het verblijf ten laste komt van het Belgische sociale bijstandsstelsel

 

  • een ziektekostenverzekering: EZVK (Europese ziekteverzekeringskaart), privéverzekering, S1-formulier, inschrijving bij een Belgisch ziekenfonds.
  1. Student die ingeschreven is aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling, om er als hoofdbezigheid een studie, daaronder begrepen een beroepsopleiding, te volgen

 

  • een inschrijving aan een georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstelling; en
  • een ziektekostenverzekering: EZVK (Europese ziekteverzekeringskaart), privéverzekering, S1-formulier, inschrijving bij een Belgisch ziekenfonds; en
  • het bewijs dat de EU-burger over voldoende bestaansmiddelen beschikt
    .
     
  1. EU-familielid van een andere EU-burger

 

  • het bewijs van bloed- of aanverwantschap of van partnerschap; en
  • het bewijs dat de EU-burger voldoet aan de andere voorwaarden die voorzien worden in artikel 40bis, §§ 2 en 4, van de wet van 15 december 1980.

 

Erkenning van het recht op verblijf van meer dan drie maanden in België

Het gemeentebestuur kan het recht op verblijf van een EU-burger erkennen indien die, op het moment waarop hij een verklaring van inschrijving (bijlage 19) aanvraagt, alle documenten voorlegt die aantonen dat hij beschikt over de status van

  • werknemer of zelfstandige; of
  • student; of
  • houder van voldoende bestaansmiddelen, voor zover de bestaansmiddelen afkomstig zijn van een invaliditeitsuitkering, een vervroegd pensioen, een ouderdomsuitkering of een uitkering die wordt toegekend als gevolg van een arbeidsongeval of een beroepsziekte; of
  • echtgenoot of partner in een partnerschap dat gelijkwaardig is met een huwelijk; of
  • bloedverwant in neergaande lijn jonger dan 21 jaar.

Indien het gemeentebestuur het recht op verblijf van de EU-burger erkent, overhandigt het hem een voorlopig document dat zijn inschrijving aantoont (bijlage 8ter).  Vervolgens overhandigt het gemeentebestuur hem een document dat zijn inschrijving aantoont (EU-kaart).

In geval van twijfel, of indien het gemeentebestuur niet gemachtigd is om het recht op verblijf van een EU-burger te erkennen, stuurt het gemeentebestuur het dossier naar de Dienst Vreemdelingenzaken. 

De Dienst Vreemdelingenzaken moet ten laatste zes maanden na de datum van de indiening van de aanvraag voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) een beslissing nemen.

Indien het gemeentebestuur het recht op verblijf van de EU-burger erkent, overhandigt het hem een voorlopig document dat zijn inschrijving aantoont (bijlage 8ter). Vervolgens overhandigt het gemeentebestuur hem een document dat zijn inschrijving aantoont (EU-kaart).

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken het recht op verblijf van de EU-burger niet erkent, weigert hij zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving en geeft hem, in voorkomend geval, het bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 20).

Opgelet! De beslissing om een aanvraag voor een verklaring van inschrijving te weigeren wordt steeds door de Dienst Vreemdelingenzaken genomen (bijlage 20).

Er worden overgangsbepalingen voorzien voor de aanvragen voor een verklaring van inschrijving (bijlage 19) die vóór 1 september 2025 worden ingediend en waarvoor op deze datum nog geen beslissing is genomen.​

Deze aanvragen zullen overeenkomstig de procedure die voor 1 september 2025 van kracht is behandeld worden.

Met andere woorden: de burger die samen met zijn aanvraag voor een verklaring van inschrijving geen volledig dossier heeft voorgelegd zal nog over een termijn van drie maanden, vanaf de op de bijlage 19 aangebrachte datum, beschikken om de ontbrekende documenten voor te leggen. 

Indien de EU-burger deze documenten niet binnen deze termijn van drie maanden aanbrengt, zal het gemeentebestuur de aanvraag, zonder bevel om het grondgebied te verlaten, weigeren en een bijlage 20 (oud model) betekenen.   

De EU-burger zal over een nieuwe termijn van een maand, vanaf de betekening van de bijlage 20 (oud model), beschikken om de ontbrekende documenten voor te leggen. 

Indien de EU-burger deze documenten niet binnen deze nieuwe termijn van een maand aanbrengt, zal het gemeentebestuur de aanvraag opnieuw weigeren en een bijlage 20 (oud model) betekenen.   

Nuttige info : indien de vóór 01/09/2025 ingediende aanvraag voor een verklaring van inschrijving van de EU-burger geweigerd wordt en hij na 01/09/2025 een nieuwe aanvraag indient, is hij aan de nieuwe wettelijke bepalingen onderworpen.

Duur van het verblijf

De EU-burger die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar in België verbleven heeft, vanaf zijn inschrijving in het wachtregister, kan een document dat de duurzaamheid van zijn verblijf aantoont vragen aan het gemeentebestuur van zijn verblijfplaats. [ bij het koninklijk besluit van 08/10/1981]

Ontvankelijkheid van de aanvraag voor permanent verblijf

Het gemeentebestuur verklaart de aanvraag van de EU-burger onontvankelijk indien die, vanaf zijn inschrijving in het wachtregister, niet minstens vijf jaar in België verbleven heeft en hij de documenten die aantonen dat hij van een van de in artikel 42sexies, § 1er van de wet van 15/12/1980 beschreven afwijkingen kan genieten niet voorlegt.  [Bijlage 23 bij het koninklijk besluit van 08/10/1981]

Indien de EU-burger zich beroept op een van de uitzonderingen bepaald in artikel 42sexies, § 1 van de wet van 15/12/1980, bezorgt het gemeentebestuur zijn aanvraag aan de Dienst Vreemdelingenzaken. De Dienst Vreemdelingenzaken moet binnen vijf maanden een beslissing nemen, te rekenen vanaf de datum waarop het gemeentebestuur bijlage 22 heeft opgesteld.

Behandelingstermijn

Het gemeenbestuur stuurt de aanvraag om duurzaam verblijf van de EU-burger die, vanaf de inschrijving in het wachtregister, minstens vijf jaar in België verbleven heeft door naar de Dienst Vreemdelingenzaken. De Dienst Vreemdelingenzaken neemt een beslissing binnen de vijf maanden na de datum van de overhandiging van de bijlage 22.

Erkenning van het recht op permanent verblijf

Indien de Dienst Vreemdelingenzaken of het gemeentebestuur het recht op verblijf erkent, overhandigt het gemeentebestuur een voorlopig document ter staving van het duurzaam verblijf aan de EU-burger [bijlage 8quater bij het koninklijk besluit van 08/10/1981]. Vervolgens overhandigt het gemeentebestuur een document dat het duurzaam verblijf aantoont aan de EU-burger [EU+-kaart].

Indien het recht op permanent verblijf niet wordt erkend, brengt het gemeentebestuur de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken ter kennis van de EU-burger.  [Bijlage 24 bij het koninklijk besluit van 08/10/1981]

Tijdelijk verblijfsdocument

Indien het verblijfsdocument van de EU-burger tijdens het onderzoek van zijn aanvraag om duurzaam verblijf vervalt, overhandigt het gemeentebestuur hem een voorlopig verblijfsdocument. De geldigheidsduur daarvan komt overeen met de resterende termijn van vijf maanden waarbinnen de beslissing over de erkenning van het recht op permanent verblijf moet worden genomen.

Tijdelijke afwezigheid

Het ononderbroken karakter van het verblijf wordt niet beïnvloed door tijdelijke afwezigheden van niet meer dan zes maanden per jaar, door afwezigheden van langere duur voor de vervulling van militaire verplichtingen, door één afwezigheid van ten hoogste twaalf achtereenvolgende maanden om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, noch door uitzending om werkzaamheden te verrichten buiten het Rijk.

Verlies van het recht op permanent verblijf

Wanneer een duurzaam recht op verblijf werd verkregen, kan het slechts worden verloren door een afwezigheid van meer dan twee achtereenvolgende jaren uit België.

De Dienst Vreemdelingenzaken kan een einde stellen aan het verblijf van de EU-burger die niet meer voldoet aan de voorwaarden voor het recht om meer dan drie maanden in België te verblijven.

De Dienst Vreemdelingenzaken kan ook een einde stellen aan het verblijf van de EU-burger die een onredelijke belasting vormt voor het socialebijstandstelsel van België.  Om te bepalen of een EU-burger een onredelijke belasting vormt voor het socialebijstandstelsel wordt er rekening gehouden met het al dan niet tijdelijke karakter van zijn moeilijkheden, de duur van zijn verblijf in België, zijn persoonlijke situatie en het bedrag van de aan hem uitgekeerde steun.

De Dienst Vreemdelingenzaken kan ook een einde stellen aan het verblijf van een EU-burger die valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten heeft gebruikt, of die fraude heeft gepleegd of andere onwettige middelen heeft gebruikt die hebben bijgedragen tot het verkrijgen van het verblijf.

Ten slotte kan de Dienst Vreemdelingenzaken om redenen van openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid een einde stellen aan het verblijf van een EU-burger. 

Bij de beslissing om een einde te stellen aan het verblijf van een EU-burger houdt de Dienst Vreemdelingenzaken rekening met de duur van het verblijf van de betrokkene in het Rijk, diens leeftijd, gezondheidstoestand, gezinssituatie en economische situatie, sociale en culturele integratie in het Rijk en de mate waarin hij bindingen heeft met zijn land van oorsprong.